In het Damiaanmuseum bevindt zich een opvallend object: het naaisetje van Damiaan. Met dit praktisch instrumentarium van schaar, garen, naalden en een vingerhoed was hij in staat zijn eigen kleren te herstellen. Voor de grote handen waarmee hij kerken en huizen timmerde, mensen met lepra verzorgde en de mis opdroeg, moet het een hele opdracht geweest zijn om een draad in dat kleine gaatje van de naald te steken!
Het naaisetje leert ons dat Damiaan een man was van eenvoudige zelfredzaamheid. Wat hij in de woonkamer van zijn huis in Tremelo had gezien, moeder Kato die naaide, nam hij mee in zijn missieleven. Net zoals het timmertalent dat hij in zichzelf ontdekte in het werkhuis van buurman Janneke Roef hem al die jaren later ten dienste stond, toen bleek dat hij op Hawaï vooral de handen uit de mouwen wilde steken om de mensen te helpen.
Wie weet bood het naaien, dat kleine klusje waarvoor hij even moest gaan zitten, hem wel een zeldzaam moment van rust in zijn drukke werk. Een ogenblik om tot zichzelf te komen en in gebed even ten rade te gaan bij zijn Heer.
Ga gerust eens op zoek naar het naaisetje in het museum. Weet jij waar het ligt?

